Waar zijn ze gebleven?
In de avondzon
zittend op een bankje
met al het gekwetter in de lucht.
Ik herinner het me nog zo goed van vroeger.

Zo heerlijk om te horen,
zo heerlijk om bij weg te dromen.
Hoog in de lucht bij helder weer.
Laag vliegend bij bewolking.

De zwaluwen,
altijd vliegend, nooit genoeg.
Ieder voorjaar kijk ik weer naar boven
Of de zwaluwen nog komen.

Ja, ze zijn er weer.
Mijn hart springt op.
wat houd ik van deze vogel.

De zwaluw: de geest van de lucht
en de brenger van geluk.
Ik verlang naar ze, zoek de hemel af .
Ben iedere keer weer blij als ik er eentje zie.

Zwaluw, zwaluw blijf hier komen,
Geest van lucht, voedt mijn dromen.

Waar zijn gebleven?
Ze waren met zo velen
en nu kan ik ze tellen op één hand.