Dood en leven liggen mijlenver uit elkaar en hebben eigenlijk niets met elkaar te maken. De dood is er ingeschoven als een concept van de mind, waarin geest is verdwenen en een fysiek, technisch model is ingeschoven. Een concept is een verklaring die, die mind nodig heeft om te overleven. Dood verhalen gaan over de mind. De mind wil kaders. Met de kaders wordt het concept vastgezet. Dat geeft houvast en veiligheid en doet je denken dat de angst op veilige afstand is, totdat dood ineens dichtbij komt, dan merk je dat de angst volop wakker wordt en er dus altijd sluimerend lag te wachten om toe te slaan.

Dood zien als een concept maakt ineens heel veel duidelijk. Het zijn ingevoegde beelden die ons vastzetten in angst.

Het concept dood zet ons vast. Terwijl leven niet vast is te zetten. Aan leven zit geen begin en eind. Het is dat wat elk moment leeft en leven blijft leven.

Dat wij hier een lichaam aannemen of in zijn gekropen en dat het lichaam net als alles om ons heen de natuurwetten volgt, de seizoenen, van geboren worden, opgroeien, en dan weer afsterven en weer terug keren naar de aarde, dat is een natuurlijke cyclus, waarin leven altijd bovenaan staat en ook altijd doorgaat.

In dood zit angst en is het niet precies dat waarmee we volgestopt worden? Want angst drijft je van jezelf af. Angst maakt je afhankelijk. In angst doe je rare dingen waar je later spijt van hebt. Angstdood kan je zo ver brengen dat je een ander dood. Dood brengt dood teweeg en angst is daar de motor in, het is dé voeding ervoor.

Maar wat als de geest voortleeft en het leven gewoon doorgaat en de geest ook verder gaat op weg naar nieuwe avonturen. Dan valt angst ineens stil en kom je bij jezelf uit. In jezelf, met jezelf en daarin zit het leven.